Deze pagina over de school/MFA heeft de volgende indeling:
Gratis grond voor de nieuwe school/MFA
Mogelijkheden en belemmeringen
Verbouw of nieuwbouw van de school?
Samenvatting van de uitgebreide analyse van de milieuzonering school/MFA
Uitgebreide onderbouwing van de conclusies, inclusief wetsteksten, verwijzingen en links (zware kost).
---Afstand van de school/MFA tot de veeschuur van Schilder
---Afstand van de school/MFA tot de mestopslag van Schilder
---Afstanden tot school/MFA op basis van geluidscirkels rond de bedrijven van Slippens en Schilder
---Afstand van de school/MFA tot de fruitbomen van Slippens
---Afstand tot de school/MFA op basis van het groene boekje van de VNG
Gratis grond voor de nieuwe school/MFA
De school in Zwaagdijk-Oost is verouderd en moet worden vernieuwd. Tevens is ruimte nodig voor een nieuwe MFA (Multi Functionele Accommodatie) verbonden aan de school. Het huidige schoolperceel is hiervoor wat krap. Op 31 juli 2007 heeft de familie Wiering gratis grond, direct achter de huidige St. Jozefschool, aangeboden aan de gemeenschap in Zwaagdijk. Zoveel als redelijkerwijs nodig is voor een mooi complex. Zonder verdere voorwaarden en direct beschikbaar.
Wiering Vastgoed heeft al eerder aangekondigd deze grond aan de gemeente te willen schenken. Voorwaarde was toen dat de gemeente groen licht zou geven aan één van de door ons ingediende woningbouwplannen. Een voorwaarde past echter niet bij een schenking. Wij hebben daarom besloten om de genoemde voorwaarde te schrappen.
Juist voor het geval de uiteindelijke keuze voor woningbouw op een ander plan zou vallen, willen wij de mogelijkheid open houden de nieuwe school/MFA toch op de huidige locatie te realiseren, aangezien dit de enige locatie is waar al een bouwblok is, zie bouwblok_school.jpg en die meteen beschikbaar is. Nu is er geld beschikbaar en als de gemeente straks gefuseerd is met een andere gemeente, dan moeten we nog maar afwachten of die nieuwe school er nog wel komt. Snelle realisatie is dus van groot belang en dit stellen wij boven ons eigen belang.
Mogelijkheden en mogelijke belemmeringen
Voorafgaand aan het aanbod hebben we natuurlijk uitgebreid onderzoek gedaan naar de mogelijkheden volgens de nieuwe wetgeving.
Per 6 december 2007 en 1 januari 2007 is de oude wetgeving vervangen door een aantal nieuwe wetten en regelingen. Naast onze eigen studie hebben wij ons ook laten voorlichten door een advocaat die gespecialiseerd is in bestuursrecht.
Wij zijn daarbij tot de conclusie gekomen dat er op basis van deze nieuwe wetgeving geen enkele belemmering voor een eventuele uitbreiding van het bouwblok van de huidige school in noordelijke richting bestaat.
Wij betreuren het dan ook ten zeerste dat boze tongen ons aanbod voor gratis land belachelijk proberen te maken. Eigenlijk worden wij er een beetje moedeloos van om iedere keer weer opnieuw energie te moeten steken in het rechtzetten van wat anderen zonder ons te consulteren over ons schrijven (zie hiervoor ook onze pagina met nieuws en reacties: reacties.html). Wij waren daarom op 22 oktober 2007 opnieuw gedwongen om zelf, voor de zoveelste maal, het gemeentebestuur op de hoogte te stellen van de ware feiten en de ware situatie:
20071022brief_aan_college_inzake_milieuzonering_school.htm met bijlagen: milieuzonering_school.jpg en bouwblok_school.jpg.Discussies behoren naar onze mening plaats te vinden op basis van feiten en argumenten, en wij willen opnieuw een oproep doen aan alle betrokkenen om van nu af aan constructief mee te denken en mee te werken aan de snelle realisatie van nieuwbouw of verbouw van school/MFA.
Aan ons en aan de rest van de Zwaagdijkers zal het in ieder geval niet liggen.
Verbouw of nieuwbouw van de school?
Alleen bij verbouw van de huidige school bestaat de mogelijkheid om het huidige aantal klaslokalen te behouden. Bij volledige nieuwbouw van de school zal het aantal klaslokalen afgestemd moeten worden op het huidige leerlingenaantal, hetgeen betekent dat er minder of kleinere klaslokalen over blijven. Bovendien is renovatie mogelijk goedkoper dan nieuwbouw.
Het huidige bouwblok is, mits slim gebruikt, in principe groot genoeg voor de school plus MFA. Er zitten onder een deel van de speelplaats al heipalen in de grond ten behoeve van een eventuele uitbreiding. Alleen als er buiten het huidige bouwblok gebouwd gaat worden, is wijziging van bestemmingsplan voor een beperkt oppervlakte nodig. Onnodig te zeggen dat dit tijd kost, maar nog steeds veel minder tijd dan nodig is voor een hele nieuwbouwwijk.
De financiële bijdrage die de gemeente nog moet leveren zal op de huidige plek (nieuw- of verbouw) daarom waarschijnlijk geringer of veel geringer zijn in vergelijking met een hele nieuwe locatie. Bij een gelijkblijvende bijdrage van de gemeente (2,3 miljoen) zal er meer/ruimer/mooier gebouwd kunnen worden.
Concluderend: De huidige locatie van de school heeft vele voordelen ten opzichte van alle alternatieve locaties (Wiering/Peerdeman, land Van Diepen, land Blom). Door de school los te koppelen van woningbouw kan flinke tijdswinst worden geboekt. De definitieve afweging behoort echter gemaakt te worden door de gemeente.
Samenvatting van de uitgebreide analyse van de milieuzonering school/MFA
Helaas bestaan er nog steeds veel misverstanden over de milieuzonering aan de Noordkant van Zwaagdijk. De tegenstanders van nieuwbouw of verbouw van de school op de huidige locatie zijn ertoe over gegaan om via de media (De Schakel en De Binding) onjuiste informatie naar buiten te brengen gebaseerd op fragmentarische, foutieve en vaak irrelevante en suggestieve stukjes tekst van anderen, in enkele gevallen zonder bronvermelding of datum: documenten_vvd_over_milieucirkels.pdf
Wij betreuren het feit dat deze tegenstanders niet de moeite genomen hebben vooraf contact op te nemen met de familie Wiering om de ware feiten boven tafel te krijgen.
De stelling dat de milieuzonering van de agrarische bedrijven in de buurt een belemmering op zou leveren voor de school/MFA aan de Noordkant van Zwaagdijk is klinkklare onzin en nergens op gebaseerd.
De belangrijkste wijziging in de nieuwe wetgeving is dat men steeds uit moet gaan van de feitelijke situatie, en die is dat er al meerdere jaren geen vee meer is en geen stank meer wordt geproduceerd. Uitgaand van het worst case scenario (het opnieuw opstarten van de veehouderijactiviteiten) hebben wij de milieuzonering bepaald. Met behulp van Google earth hebben wij de verschillende milieuzones nauwkeurig aangegeven op de tekening:
: De afstand van het geometrische midden van de veeschuur, zonder mechanische ventilatie, tot de buitenzijde van de school/MFA bedraagt 100 meter (was vroeger tot de gevel van de veeschuur).
: De afstand van de voorkant van de veeschuur , met mechanische ventilatie, tot de buitenzijde van de school/MFA bedraagt 100 meter (was vroeger tot de gevel van de veeschuur).
(Bij de cirkels 1 en 2 valt op te merken dat de gemeente met ingang van 1-1-2007 beleidsvrijheid gekregen heeft om de 100 meter afstand tussen het emissiepunt van de veeschuur en de buitenkant van de school terug te brengen tot 50 meter, maar gezien bovenstaande is een dergelijk besluit van de gemeente niet nodig omdat de school/MFA toch al geen last ondervindt van de geurcirkel van de veeschuur.)
: De afstand van de rand van de mestplaat tot de gevel van de school/MFA bedraagt minimaal 100 meter (onveranderd)
: De afstand van de rand van de mestsilo tot de gevel van de school/MFA bedraagt 50 meter (was 100 meter)
: De afstand van de fruitbomen van Slippens tot de buitenzijde van de school/MFA bedraagt 25 tot 30 meter (getekend 30 meter).
(De geluidscirkels rond de bedrijven van Slippens en Schilder zijn niet getekend omdat ze niet relevant zijn omdat andere cirkels verder of veel verder rijken.)
De cirkels 1, 2 en 4 betreffen duidelijke versoepelingen (dus niet: "aanscherpingen"!) van het beleid waardoor renovatie of nieuwbouw van de school/MFA ook in het worst case scenario géén hinder kan ondervinden van milieucontouren.
Afstand van de school/MFA tot de Veeschuur van Schilder
Poging om de stankcirkel onder de in 2006 geldende wetgeving te verwijderen
In mei 2006 heeft Wiering Vastgoed de gemeente gevraagd om de stankcirkel rond het bedrijf van Schilder op te heffen. Dit was mogelijk omdat:
1. de familie Wiering belanghebbende is (de 100 meter vanaf de hoek van de veeschuur zou de bouw van enkele woningen bemoeilijken in ons plan "Centrum Noord").
2. de stankcirkel al meerdere jaren slapend is omdat de gebroeders Schilder jaren geleden hun volledige melkquotum verkocht hebben en sindsdien er nog één enkele oude koe op het bedrijf gehouden wordt. Als een stankcirkel 3 jaar of langer slapend geweest is, dan kan de stankcirkel verwijderd worden. Deze aanpassing van de wet is er in gekomen omdat in het verleden het soms voorgekomen is dat uitbreidingsplannen tegen gehouden werden omdat er in een ver verleden een keer een veehouderijbedrijf geweest was.
Het verwijderen van de stankcirkel had binnen twee maanden tijd geregeld kunnen zijn (inclusief de bezwaartermijn van de gebroeders Schilder), maar zoals bekend had de gemeente niet zoveel haast met het verwijderen van de stankcirkel. Toen de gemeente half maart 2007 (!) alsnog kwam met een besluit, toen was de wetgeving inmiddels veranderd en kon de gemeente de stankcirkel helemaal niet meer intrekken omdat de stankcirkel niet meer bestond:
20070315beslissing_gemeente_op_verzoek_stankcirkel.pdf
De familie Wiering heeft daarna nog een bezwaarschrift ingediend, en juridisch advies ingewonnen. Onze advocaat, de heer Arie Dekker, heeft vervolgens op een hoorzitting zelf gevraagd om ons verzoek "niet ontvankelijk" te verklaren, maar gevraagd om daar wèl de juiste gronden voor op te noemen. De gemeente heeft vervolgens besloten om onze advocaat daarin te volgen, het door ons bestreden besluit van 15 maart 2007 te herroepen en het verzoek van Wiering Vastgoed B.V. d.d. 23 mei 2006 om intrekking van de Wet milieubeheervergunning van de gebrs. C. en G. Schilder niet-ontvankelijk te verklaren. De gemeente kon ook niet anders dan ons verzoek niet ontvankelijk te verklaren omdat de stankcirkel die wij er af wilde hebben niet meer bestond, evenals de regelgeving waar de voormalige stankcirkel op gebaseerd was.
20070709besluit_op_bezwaarschrift.pdf
Wetgeving aanmerkelijk versoepeld, niet aangescherpt
Tegenwoordig geldt andere wetgeving, waar we hier uitgebreid en gedetailleerd op in gaan.
Een goed artikel geschreven over de overgang naar de nieuwe wetgeving is te vinden in het tijdschrift StAB, Jurisprudentietijdschrift op het gebied van ruimtelijke ordening, milieubeheer en water, nummer 1 van het jaar 2007:
20070101StAB_artikel over de wet geurhinder en veehouderij.pdf , bladzijde 14 t/m 18. Hierin staat o.a. beschreven dat op een aantal punten de wetgeving versoepeld is, dus niet aangescherpt.
Citaat Bladzijde 16:
"Onder de met de Wgv vervallen geurregelgeving werd het antwoord op de vraag of een bestemmingsplan de realisering van een geurgevoelig object in de nabijheid van een veehouderij kon toestaan (feitelijk) gedicteerd door de stankrichtlijnen. Zoals al eerder aangegeven, kan uit de relevante jurisprudentie worden afgeleid dat de rechter het verzekerd zijn van een aanvaardbaar woon of leefklimaat’ beschouwde als een noodzakelijke voorwaarde voor ‘een goede ruimtelijke ordening’. Indien het bestemmingsplan in strijd was met de stankrichtlijnen, bijvoorbeeld omdat het voorzag in de bouw van een woning binnen de op grond van deze richtlijnen geldende stankcirkel, werd geoordeeld dat een aanvaardbaar woon- en leefklimaat niet was verzekerd en dat derhalve geen sprake was van een goede ruimtelijke ordening. De verwachting is gerechtvaardigd dat de benadering onder vigeur van de Wgv een andere zal zijn. Uiteraard zal de bescherming van mensen tegen geurhinder in voorkomende gevallen nog steeds moeten worden meegewogen bij de vaststelling van een bestemmingsplan. Waar de Wgv de gemeenteraad een expliciete bevoegdheid toekent tot afwijking van de formeelwettelijke geurwaarde of afstand en waar de ruimtelijke visie zoals neergelegd in dat bestemmingsplan kan dienen als motivering voor de door de raad vastgestelde of vast te stellen afwijkende norm, is het thans meer dan voorheen mogelijk dat het geurhinderaspect in het kader van de vaststelling van het bestemmingsplan wordt afgewogen tegen andere belangen. Zo biedt de Wgv mijns inziens meer ruimte voor een benadering op grond waarvan ter rechtvaardiging van bijvoorbeeld het aanhouden van een kleinere afstand tussen een veehouderij en een aantal woningen doorslaggevende betekenis wordt toegekend aan de belangen die met woningbouw ter plaatse worden gediend. Als sluitstuk hiervan is uiteraard tevens vereist dat de gemeenteraad bij verordening een van de Wgv zelf afwijkende afstand heeft vastgesteld. Is dit het geval, dan is het niet aannemelijk dat de rechter een van het bestuurlijke oordeel afwijkend standpunt omtrent de ter plaatse toelaatbare geurhinder zal innemen."
De nieuwe wet- en regelgeving die van toepassing is:
De laatste paar jaar is het Ministerie van VROM er toe over gegaan om voor steeds meer bedrijfstakken de milieuvergunningen (de vroegere hinderwetvergunningen) af te schaffen en te vervangen door Algemene Maatregelen van Bestuur (AMvB's). De hieronder vallende bedrijven hebben dan geen milieuvergunning meer nodig, en deze bedrijven hoeven dan ook geen milieuvergunning meer aan te vragen. Wel moeten deze bedrijven zich houden aan de bepalingen zoals die zijn vermeld in de wet- en regelgeving (uitgewerkt in de AMvB's). Met ingang van het jaar 2007 was de veehouderij aan de beurt. De wetgever heeft er voor gekozen om bijna alle veehouderijbedrijven te laten vallen onder de nieuwe wetgeving. Alleen in uitzonderingssituaties (bij grote hoeveelheden rundvee en veel mestopslag) is de oude wetgeving nog van toepassing en heeft de boer nog een milieuvergunning nodig.
Uit onderstaande analyse blijkt dat het veehouderijbedrijf van Schilder ruimschoots voldoet aan de voorwaarden, en het veehouderijbedrijf van Schilder valt daarom onder de nieuwe wetgeving! Het gaat om:
1. de "Wet geurhinder en veehouderij" van 5 oktober 2006, in werking getreden op 1 januari 2007,
2. de "Regeling geurhinder en veehouderij" van 8 december 2006, in werking getreden op 1 januari 2007. Het betreft een regeling van de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer.
3. het "Besluit landbouw milieubeheer" van 13 juli 2006, ingangsdatum 6 december 2006, Dit besluit bevat regels voor o.a. melkrundveehouderijen en opslagen van mest.
De volledige teksten van deze wet, deze regeling en dit besluit is te vinden op http://wetten.overheid.nl
Onderstaand de belangrijkste citaten die van toepassing zijn op de school/MFA, voorzien van ons commentaar.
Wet geurhinder en veehouderij, Artikel 1:
geurgevoelig object: gebouw, bestemd voor en blijkens aard, indeling en inrichting geschikt om te worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf en die daarvoor permanent of een daarmee vergelijkbare wijze van gebruik, wordt gebruikt; (Conclusie: de school is een "geurgevoelig object")
Wet geurhinder en veehouderij, Artikel 4, lid 1:
De afstand tussen een veehouderij waar dieren worden gehouden van een diercategorie waarvoor niet bij ministeriële regeling een geuremissiefactor is vastgesteld, en een geurgevoelig object bedraagt:
a. binnen de bebouwde kom ten minste 100 meter;
b. buiten de bebouwde kom ten minste 50 meter.
(Conclusie: in de "Regeling geurhinder en veehouderij" zijn er voor een groot aantal dieren geuremissiefactoren per dier vastgesteld, maar niet voor koeien, zie de bijlage bij de Regeling geurhinder en veehouderij zoals verder in de tekst opgenomen. Er is dus niet bij ministeriële regeling een geuremissiefactor vastgesteld. De school/MFA liggen binnen de bebouwde kom, waardoor de afstand tussen de veehouderij waar koeien worden gehouden en de MFA ten minste 100 meter bedraagt. Uit onderstaande artikelen blijkt dat het hier gaat om:
1. de afstand van het geometrische midden van de veeschuur van Schilder, zonder mechanische ventilatie, tot de buitenzijde van de school/MFA.
2. de afstand van de voorkant van de veeschuur van Schilder, met mechanische ventilatie, tot de buitenzijde van de school/MFA.
Beide afstanden leveren géén problemen op voor de school/MFA; zie ook de tekening met de cirkels.)
Wet geurhinder en veehouderij, Artikel 5, lid 1:
Onverminderd de artikelen 3 en 4 bedraagt de afstand van de buitenzijde van een dierenverblijf tot de buitenzijde van een geurgevoelig object:
a. binnen de bebouwde kom ten minste 50 meter;
b. buiten de bebouwde kom ten minste 25 meter.
(Conclusie: als op basis van artikel 4, lid 1 de afstand tussen de buitenzijde van de veeschuur tot de buitenzijde van de school kleiner zou worden dan 50 meter, dan moet men toch uit gaan van minimaal 50 meter afstand van de buitenkant van de veeschuur tot de buitenkant van de school. Dit artikel is niet van toepassing omdat de veeschuur korter is dan 50 meter en daarom zal zelfs het aanbrengen van een mechanische ventilator aan de voorkant in de veeschuur niet tot gevolg kunnen hebben dat de buitenzijde van de school dichter dan 50 meter bij de buitenzijde van de veeschuur komt te liggen.)
Wet geurhinder en veehouderij, Artikel 6, lid 3:
Bij gemeentelijke verordening kan worden bepaald dat binnen een deel van het grondgebied van de gemeente een andere afstand van toepassing is dan de afstand, genoemd in artikel 4, eerste lid, met dien verstande dat deze:
a. binnen de bebouwde kom ten minste 50 meter bedraagt;
b. buiten de bebouwde kom ten minste 25 meter bedraagt.
(Conclusie: de gemeente heeft tegenwoordig beleidsvrijheid om de 100 meter afstand tussen het emissiepunt van de veeschuur en de buitenzijde van de school terug te brengen door via een gemeentelijke verordening plaatsen aan te wijzen waar een kleinere geurcirkel voor veeschuren geldt. In het eerder genoemde tijdschrift StAB ( 20070101StAB_artikel over de wet geurhinder en veehouderij.pdf ) staat hierover op bladzijde 16:
"Als sluitstuk hiervan is uiteraard tevens vereist dat de gemeenteraad bij verordening een van de Wgv zelf afwijkende afstand heeft vastgesteld. Is dit het geval, dan is het niet aannemelijk dat de rechter een van het bestuurlijke oordeel afwijkend standpunt omtrent de ter plaatse toelaatbare geurhinder zal innemen.")
Wet geurhinder en veehouderij, Artikel 10:
Bij regeling van Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer worden, in overeenstemming met Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, regels gesteld over de wijze waarop:
a. de geurbelasting, bedoeld in artikel 3, wordt bepaald;
b. de afstand, bedoeld in de artikelen 3 en 4, eerste lid, wordt gemeten.
(Conclusie: de Minister van VROM heeft inmiddels via de "Regeling geurhinder en veehouderij" regels gesteld over de wijze waarop de afstand bedoeld in artikel 4, eerste lid, wordt gemeten; zie onder.)
Regeling geurhinder en veehouderij, Artikel 1:
In deze regeling wordt verstaan onder: [...]
emissiepunt: punt waar een relevante hoeveelheid geur buiten:
a. het geheel overdekt dierenverblijf treedt, dan wel wordt gebracht; of
b. het overdekte gedeelte van het gedeeltelijk overdekt dierenverblijf treedt, dan wel wordt gebracht.
(Conclusie: de veeschuur van Schilder is geheel overdekt en de geur treedt naar buiten via alle kieren en gaten. Op dit moment is er nog geen mechanische ventilatie (een ventilator) aangebracht. Met een ventilator voor in de veeschuur zou het emissiepunt van de veeschuur naar de voorkant van de veeschuur verplaatst worden.)
Regeling geurhinder en veehouderij, Artikel 2, lid 2:
Het geometrisch gemiddelde van de emissiepunten wordt aangemerkt als punt waar de geur uit het dierenverblijf treedt of wordt gebracht.
(Conclusie: omdat er geen mechanische ventilatie aanwezig is in de veeschuur van Schilder moet als "punt waar de geur uit het dierenverblijf treedt of wordt gebracht" het "geometrisch gemiddelde" van de emissiepunten worden genomen. Bij de veeschuur van Schilder zonder mechanische ventilatie betreft het "geometrisch gemiddelde" het midden van de veeschuur.
Hierbij kan opgemerkt worden dat door het aanbrengen van eenvoudige mechanische ventilatie voor in de schuur ook het emissiepunt van de veeschuur komt te liggen aan de voorkant van de schuur, bij deze ventilator. Met de eenvoudige muurventilator komt het emissiepunt uit vlak bij de opslag voor vaste mest, waar al een stankcirkel voor geldt van 100 meter.)
Regeling geurhinder en veehouderij, Artikel 2, lid 3:
De geurbelasting wordt bepaald op de dichtstbijzijnde buitenzijde van een geurgevoelig object, gerekend vanaf het geometrisch gemiddelde van de emissiepunten.
(Conclusie: Er moet dus worden uitgegaan van de dichtstbijzijnde buitenzijde van de school/MFA. De stelling dat zou moeten worden uitgegaan van het schoolterrein met bijvoorbeeld parkeerplaatsen, fietsenrekken ed kan naar het rijk der fabelen worden verwezen.)
Regeling geurhinder en veehouderij, Artikel 4, lid 1:
De afstand, bedoeld in de artikelen 3, tweede en derde lid, en 4, eerste lid, van de wet wordt gemeten vanaf de buitenzijde van het geurgevoelig object tot het dichtstbijzijnde emissiepunt.
(Op het erf van Schilder staan nog een paar opstallen waar ook dieren in gehouden kunnen worden, maar waar het om gaat is de veeschuur, en bovendien staat de veeschuur het dichtst bij de school. Het gaat hier dus om het emissiepunt van de veeschuur.)
Bijlage 1 bij de Regeling geurhinder en veehouderij: vaststelling van de geuremissiefactoren:
|
Rundvee geuremissiefactor |
||
|
A 1 |
Melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar |
niet vastgesteld |
|
A 2 |
Zoogkoeien ouder dan 2 jaar |
niet vastgesteld |
|
A 3 |
Vrouwelijk jongvee tot 2 jaar |
niet vastgesteld |
Concluderend over de afstanden tot school/MFA op basis van het dichtstbijzijnde emissiepunt (de veeschuur) kan gesteld worden dat zonder de plaatsing van mechanische ventilatie de geurcirkel van de stal (= rode cirkel) verder reikt richting de school/MFA dan alle andere cirkels, maar niet zo ver als de eerder door de Milieudienst getekende cirkel van 100 meter vanaf de rand van de veeschuur op basis van de vroegere wetgeving. De school/MFA zal geen last ondervinden van deze geurcirkel, tenzij de school/MFA op zou schuiven in oostelijke richting. Indien men bij de bouw van de school/MFA toch last denkt te hebben van deze geurcirkel, dan zijn er twee oplossingen mogelijk:
Afstand van de school/MFA tot de mestopslag van Schilder
Besluit landbouw milieubeheer, Artikel 1, lid 1:
s. melkrundvee:
1°. melkvee met bijbehorend vrouwelijk jongvee, dat overwegend wordt gehouden voor de melkproductie, met inbegrip van de dieren die in de mestperiode worden gemolken, tijdens de lactatie worden gemest of zijn drooggezet en worden afgemest;
2°. vrouwelijk vleesvee ouder dan 2 jaar met bijbehorend vrouwelijk jongvee, dat op een met melkvee vergelijkbare manier wordt gehouden voor de vleesproductie en het voortbrengen en zogen van kalveren;
t. melkrundveehouderij: inrichting die tot een krachtens artikel 1.1, derde lid, van de Wet Milieubeheer aangewezen categorie behoort en die uitsluitend of in hoofdzaak is bestemd voor het houden van melkrundvee;
(Conclusie s en t: Natuurlijk staat er al meerdere jaren geen vee meer in de veeschuur van Schilder, maar melkrundvee is wel wat er vroeger gestaan heeft.)
u. mestbassin: reservoir bestemd voor het bewaren van dunne mest, dat niet geheel of gedeeltelijk is gelegen onder een stal;
(Conclusie: één van de drie mestbassins bij Schilder betreft de kelder voor dunne mest onder de veeschuur. Het is een mestbassin van ongeveer 2,20 meter diep, met een oppervlakte van ongeveer 70 meter en geschikt voor ongeveer 150 kuub mest. Omdat dit mestbassin onder de veeschuur ligt, wordt dit mestbassin al meegenomen bij de geurcirkel van de veeschuur zelf, en valt dit mestbassin buiten de berekening van de oppervlakte van alle mestbassins.)
w. object categorie I:
1°. bebouwde kom met stedelijk karakter;
2°. ziekenhuis, sanatorium en internaat, en
3°. objecten voor verblijfsrecreatie,
x. object categorie II:
1°. bebouwde kom of aaneengesloten woonbebouwing van beperkte omvang in een overigens agrarische omgeving;
2°. objecten voor dagrecreatie;
(Conclusie: de school/MFA betreft een object categorie I of II; dit doet verder niet ter zake want voor het bepalen van afstanden wordt er geen onderscheid gemaakt tussen categorie I en II.)
ad. vaste mest: mest die geheel of gedeeltelijk bestaat uit faeces of urine van landbouwhuisdieren en die niet verpompbaar is, met uitzondering van compost;
(Conclusie: de mestplaat van Schilder is gelegen aan de voorkant van de veeschuur en vlak naast de Kromme Leek.)
Besluit landbouw milieubeheer, Artikel 2 lid 1:
Dit besluit is van toepassing op:
a. een melkrundveehouderij;
(Conclusie: Natuurlijk staat er al meerdere jaren geen vee meer in de veeschuur van Schilder, maar melkrundvee is wel wat er vroeger gestaan heeft.)
g. een inrichting die tot een krachtens artikel 1.1, derde lid, van de Wet milieubeheer aangewezen categorie behoort en die uitsluitend of in hoofdzaak bestemd is voor:
2°. opslag van vaste mest, bloembollenafval, afgedragen gewas of gebruikt substraatmateriaal;
(Conclusie: het betreft hier de mestplaat van Schilder, gelegen aan de voorkant van de veeschuur en vlak naast de Kromme Leek.)
Besluit landbouw milieubeheer, Artikel 2 lid 2:
Dit besluit is eveneens van toepassing op een inrichting waarin sprake is van een samenstel van bedrijvigheden als bedoeld in het eerste lid, onderdelen a tot en met g.
Besluit landbouw milieubeheer, Artikel 3, lid 1:
Dit besluit is niet van toepassing op een inrichting als bedoeld in artikel 2, indien:
b. meer dan 200 stuks melkrundvee worden gehouden, exclusief bijbehorend vrouwelijk jongvee jonger dan 2 jaar;
(Conclusie: toen er vroeger nog koeien stonden op het bedrijf van Schilder, zijn dat er bij lange na nooit 200 geweest.)
m. in de inrichting of een onderdeel daarvan voorzieningen of installaties aanwezig zijn voor het:
1° opslaan van meer dan 600 m3 vaste mest;
(Conclusie: zo groot is de mestplaat bij lange na niet.)
10° opslaan van dunne mest in mestbassins met een gezamenlijke oppervlakte van meer dan 750 m2, of een gezamenlijke inhoud van meer dan 2.500 m3;
(Conclusie: er zijn op het bedrijf in totaal drie mestbassins voor de opslag van dunne mest. Één van deze drie bassins telt op grond van Artikel 1, lid 1, sub u, niet mee als mestbassin in de zin van Besluit landbouw milieubeheer. De overige twee mestbassins die wel meetellen zijn:
1. De mestsilo achter de kapschuur met een doorsnede van 16 meter en een oppervlakte van 201 m2 en een capaciteit van ongeveer 900 kuub.
2. De mestkelder onder de mestplaat met een oppervlakte van 5x5 = 25 m2 en een opslagcapaciteit van ongeveer 50 kuub.
Bij elkaar opgeteld bedraagt de totale oppervlakte van beide mestbassins samen ongeveer 225 m2 met een opslagcapaciteit van ongeveer 950 kuub.)
Besluit landbouw milieubeheer, Artikel 4 lid 2:
Dit besluit is niet van toepassing op een inrichting waar landbouwhuisdieren worden gehouden met uitzondering van een kinderboerderij:
a. die is gelegen op een afstand van minder dan 100 meter van een object categorie I of II, of
b. die is gelegen op een afstand van minder dan 50 meter van een object categorie III, IV of V.
Besluit landbouw milieubeheer, Artikel 4 lid 3:
In afwijking van het tweede lid is dit besluit van toepassing op een inrichting die is gelegen op een afstand van minder dan 100 meter van een object categorie I of II, of op een afstand van minder dan 50 meter van een object categorie III, IV of V en die is opgericht voor het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit, indien het aantal landbouwhuisdieren dat gehouden wordt niet groter is dan het aantal landbouwhuisdieren dat op grond van een vergunning als bedoeld in artikel 8.1 van de Wet milieubeheer of op grond van het Besluit melkrundveehouderijen milieubeheer of het Besluit akkerbouwbedrijven milieubeheer gehouden mocht worden en voorzover de afstand tot het dichtstbijzijnde object categorie I, II, III, IV of V niet is afgenomen.
Besluit landbouw milieubeheer, Artikel 4 lid 4:
De afstanden bedoeld in het tweede en het derde lid, worden gemeten vanaf de buitenzijde van een object categorie I, II, III, IV of V tot het dichtstbijzijnde emissiepunt van het dierenverblijf.
(Conclusie: op basis van het artikel 4 leden 2 en 3 kan gesteld worden dat het bedrijf van Schilder valt onder de afwijking genoemd in lid 3; het bedrijf van Schilder betreft namelijk een inrichting die is gelegen op een afstand van minder dan 100 meter van een object categorie I of II. Het "Besluit landbouw milieubeheer" is gewoon van toepassing, zoals de Milieudienst Westfriesland in juni 2007 reeds heeft aangegeven.)
Bijlage behorende bij het Besluit landbouw milieubeheer, Hoofdstuk 2. Bijzondere voorschriften met betrekking tot activiteiten die in de inrichting worden verricht, Paragraaf 2.3 Opslaan van bedrijfsstoffen; beperken van geurhinder
Bijlage bij Besluit landbouw milieubeheer 2.3.1:
De opslag van vaste mest, gebruikt substraatmateriaal, afgedragen gewas of bloembollenafval of de locatie waar plantaardig restmateriaal wordt gecomposteerd, vindt plaats:
a. op ten minste 100 meter van een object categorie I of II, en
b. op ten minste 50 meter van een object categorie III, IV of V
In afwijking van het eerste lid geldt voor de opslag van vaste mest op kinderboerderijen een afstand van 50 meter. Indien niet aan deze afstand kan worden voldaan wordt de vaste mest opgeslagen in een dichte container of gelijkwaardige voorziening en wordt de mest ten minste een keer per twee weken afgevoerd.
(Conclusie: de school moet gebouwd worden op een afstand van minimaal 100 meter vanaf het dichtstbijzijnde punt van de opslag/ de rand van de mestplaat van Schilder. Zie de grote bruine cirkel. Gezien de locatie van deze mestplaat levert dit geen enkel probleem op voor de school/MFA.)
Bijlage bij Besluit landbouw milieubeheer 2.3.2:
De opslag van veevoeder in de open lucht, vindt plaats op ten minste 25 meter afstand van een object categorie I, II, III, IV of V.
(Conclusie: indien er in de periode dat in het verleden vee gehouden werd sprake zou zijn geweest van de opslag van veevoeder in de open lucht, dan valt de cirkel van 25 meter ruim binnen de andere cirkels.)
Bijlage bij Besluit landbouw milieubeheer 2.3.3:
Indien de opslag van veevoeder in de open lucht, van gras, snijmaïs of de opslag van voederproducten met een droge stofgehalte lager dan 60%, niet zijnde knol of wortelgewassen of fruit, op minder dan 50 meter afstand plaatsvindt van een gevoelig object van categorie I, II, III, IV of V, is de veevoederopslag afgedekt, behoudens de periode dat veevoeder aan de veevoederopslag wordt toegevoegd of onttrokken.
(Conclusie: indien er in de periode dat in het verleden vee gehouden werd sprake zou zijn geweest van de opslag van genoemd veevoeder in de open lucht, dan nog is deze 50 meter niet voldoende om bij de school/MFA in de buurt te komen.)
Bijlage bij Besluit landbouw milieubeheer 2.3.4:
De voorschriften 2.3.2 en 2.3.3 zijn niet van toepassing op in plastic folie verpakte veevoederbalen.
Bijlage bij Besluit landbouw milieubeheer 2.3.5:
Na verwijdering van vaste mest, gebruikt substraatmateriaal, veevoeder, opgeslagen afgedragen gewas of bloembollenafval of gecomposteerd plantaardig restmateriaal, worden restanten direct opgeslagen of van het terrein van de inrichting afgevoerd.
Bijlage bij Besluit landbouw milieubeheer 2.3.6:
De opslag van dunne mest vindt plaats op een afstand van ten minste 50 meter van een object categorie IV of V en ten minste 100 meter van een object categorie I, II of III. Indien de gezamenlijke oppervlakte van de in de inrichting aanwezige mestbassins minder bedraagt dan 350 m2, bedragen de afstanden, bedoeld in de eerste volzin, 25 respectievelijk 50 meter.
(Conclusie: omdat de totale oppervlakte van de mestbassins buiten de veeschuur ongeveer 225 m2 bedraagt, moet uitgegaan worden van 50 meter afstand tussen de dichtstbijzijnde opslagplaats en de school/MFA. De cirkel om de mestkelder onder de mestplaat is kleiner dan de 100 meter afstand vanaf de vaste mest op de mestplaat, en dus niet relevant. De 50 meter vanaf het dichtstbijzijnde punt van de opslag/mestsilo (zie kleine bruine cirkel) is niet van belang voor de school/MFA. Conform de vroegere wetgeving uit 2006, zoals getekend door de Milieudienst Westfriesland, moest hier nog 100 meter worden aangehouden, maar de regelgeving is ook op dit punt versoepeld.)
Bijlage bij Besluit landbouw milieubeheer 2.3.7:
Voorschrift 2.3.6 is niet van toepassing indien de opslag van dunne mest is gelegen binnen de afstand als bedoeld in dat voorschrift en de opslag reeds in gebruik was voor het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit.
Degene die de inrichting drijft:
a. treft maatregelen of voorzieningen die geurhinder voorkomen of zoveel mogelijk beperken, en
b. geeft op verzoek van het bevoegd gezag aan welke maatregelen of voorzieningen hij daartoe heeft getroffen of zal treffen.
Bijlage bij Besluit landbouw milieubeheer 2.3.8:
De afstanden, genoemd in paragraaf 2.3 worden gemeten vanaf de buitenzijde van een object categorie I, II, III, IV of V tot het dichtstbijzijnde punt van de opslag respectievelijk de composteringsplaats.
(Conclusie: uitgegaan moet worden van de afstand van de rand van de mestplaat respectievelijk de rand van de mestsilo tot de buitenzijde van de school/MFA.)
Concluderend over de afstanden tot school/MFA op basis van de vaste mestopslag kan gesteld worden dat de afstand van de rand van de mestplaat tot de gevel van de school/MFA minimaal 100 meter moet bedragen. Op basis van de locatie van de mestplaat aan de oostkant van het bedrijfsterrein valt deze geurcirkel (zie grote bruine cirkel) binnen de geurcirkel van de veeschuur.
Concluderend over de afstanden tot school/MFA op basis van de vloeibare mestopslag kan gesteld worden dat de afstand van school/MFA tot het dichtstbijzijnde punt van de opslag/mestsilo 50 meter bedraagt vanaf de rand van de mestsilo tot de gevel van de school/MFA (zie kleine bruine cirkel). Dit betekent een duidelijke versoepeling ten opzichte van de wetgeving zoals die nog geldig was in 2006 waarbij de Milieudienst Westfriesland nog uit ging van 100 meter.
Afstanden tot de school/MFA op basis van geluidscirkels rond de bedrijven van Slippens en Schilder
Voor de geluidscirkels en de afstanden aan te houden tot de schuur van Slippens en de schuren van Schilder verwijzen wij naar onze uiteenzetting over geluidscirkels behorende bij de kassen van Peerdeman: milieuzonering.html. Hieruit blijkt dat de afstand afhankelijk is van het daadwerkelijke aantal decibellen dat de schuur verlaat. In juni 2007 heeft SDU Uitgevers een publicatie uitgebracht met de titel "Bedrijven en milieuzonering, handreiking voor maatwerk in de gemeentelijke ruimtelijke ordeningspraktijk". De opdrachtgever is de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) in samenwerking met de Ministeries van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM) en Economische Zaken (EZ). De publicatie bevat richtafstanden (in de vorige versie "indicatieve afstanden" genoemd) tussen bedrijvigheid en de gevels van milieugevoelige objecten. Het betreft dus géén wetgeving, en individuele gemeentes hebben de vrijheid om zelf richtlijnen op te stellen en om af te wijken van de richtafstanden van de VNG. In bijlage 1 van "Bedrijven en Milieuzonering", op bladzijde 78, staan bij "Akkerbouw en fruitteelt" (bedrijfsgebouwen)" de volgende richtafstanden vermeld:
Richtafstand bedrijfsgebouw tot de gevel van een milieugevoelige object op basis van geur: 10 meter
Richtafstand bedrijfsgebouw tot de gevel van een milieugevoelige object op basis van stof: 10 meter
Richtafstand bedrijfsgebouw tot de gevel van een milieugevoelige object op basis van geluid: 30 meter "C"
Richtafstand bedrijfsgebouw tot de gevel van een milieugevoelige object op basis van gevaar: 10 meter
Als toelichting op de "C" staat in het boekje: "In de kolom voor geluid is - waar van toepassing - de letter C van continu opgenomen. Hiermee is aangegeven dat bij de betreffende milieubelastende activiteiten de voor geluid bepalende activiteiten meestal continu (dag en nacht) in bedrijf zijn."
Genoemde richtafstanden (in de vorige uitgave indicatieve afstanden genoemd) zijn niet gewijzigd sinds de vorige uitgave. Voor een scan van de vorige uitgave: zie milieuzonering.html.
Het betreft hier richtafstanden. De werkelijk te hanteren afstand tussen een schuur en de school is afhankelijk van de werkelijk geproduceerde hoeveelheid geur, stof, geluid en gevaar. In de praktijk komt dit neer op slechts één criterium: de daadwerkelijke hoeveelheid geluid die de tuinbouwschuur verlaat. Dit was ook de conclusie van de gemeente in het jaar 2004 toen wij het land te koop hadden aangeboden aan de gemeente. De gemeente Wervershoof heeft toen een tekening gemaakt waarbij de gemeente uit ging van een afstand van 25 meter van gevel tot gevel op basis van geluid, waarbij de gemeente de opmerking gemaakt heeft dat op basis van een geluidsmeting deze afstand kan worden gereduceerd. Dit is correct; een eventuele geluidsmeting is eenvoudig uit te voeren omdat (zoals in de publicatie van de VNG staat) de afstand van 30 meter gebaseerd is op het vermeende continue geluid dat de schuur zou produceren.
De schuur van Slippens is onderdeel van een fruitkwekerij, en wij hebben nooit geluid uit de schuur horen komen. Ook kunnen wij geen activiteiten bedenken die geluidsoverlast zouden kunnen veroorzaken voor huidige of toekomstige school/MFA/sporthal of wat er ook gebouwd wordt. Uitsluitend kijkend naar het geluid zal de afstand van de gevel van de MFA tot de gevel van de schuur van Slippens dan ook minder dan 10 meter kunnen bedragen. De hieruit resulterende afstand van 10 meter tussen gevel en gevel is zo gering dat wij deze lijn niet getekend hebben. En omdat het geen wetgeving is, heeft de gemeente de bevoegdheid om deze 10 meter van gevel tot gevel kleiner te maken dan 10 meter.
Anders is het met de geluidsproductie op het bedrijf van Schilder. Op bepaalde tijdstippen in het jaar staan er ventilatoren gericht op de bloembollen om de bloembollen te drogen. In de bijlage behorende bij het Besluit landbouw milieubeheer staan voorschriften met aantallen decibellen. Wij hebben geen geluidsmetingen verricht op het moment dat er ventilatoren draaien, dus de in de tabellen genoemde decibellen hebben wij niet kunnen vergelijken met de in de tabellen genoemde niveaus. Hier komt bij dat de in de tabellen genoemde niveaus volgens mededeling van het Ministerie van VROM aangepast gaan worden omdat in bepaalde omstandigheden de genoemde niveaus niet in overeenstemming zijn met de hinder die de niveaus veroorzaken. Voor de volledigheid worden de op dit moment nog genoemde niveaus uit de bijlage behorende bij het Besluit landbouw milieubeheer onderstaand opgesomd.
In bijlage 1 van de publicatie "Bedrijven en milieuzonering" van de VNG wordt uitgegaan van een richtafstand van 30 meter van de bedrijfsgebouwen tot de gevel van milieugevoelige objecten op basis van geluid. De in het verleden door de Milieudienst getekende geluidscirkel van 50 meter rond het bollenbedrijf van Schilder lijkt hiermee aan de ruime kant. Omdat de geurcirkels (veel) verder rijken dan de door de Milieudienst getrokken geluidscirkel, achten wij de discussie over de te hanteren geluidscirkel rond het bloembollenbedrijf van Schilder minder interessant. Dit nog los van het feit dat geluidshinder, als het ergens zou spelen, eventueel op een eenvoudige wijze zou kunnen worden teruggedrongen door geluidsbeperkende maatregelen (geluidsmuur/wal), maar geluidsbeperkende maatregelen zijn in dit geval uiteraard niet nodig.
Concluderend over de afstanden tot school/MFA op basis van geluidscirkels rond de bedrijven van Slippens en Schilder: deze afstanden zijn niet echt relevant omdat andere cirkels verder of veel verder rijken.
Update 9 december 2007 inzake uitbreidingsplannen Slippens
Wij hebben uit diverse bronnen vernomen dat naar aanleiding van onze brief van 22 oktober 2007 aan het college er alsnog een onderzoek is ingesteld naar de milieuzonering van de agrarische bedrijven in het centrum van Zwaagdijk. Daarbij is ons ter ore gekomen dat Slippens plannen zou hebben om in de toekomst zijn schuren uit te breiden, met de toevoeging dat daardoor de uitbreiding van school/MFA niet mogelijk zou zijn. Omdat het door meerdere mensen serieus verteld wordt, zullen wij er ook serieus op in gaan. Welnu, de huidige schuur van Slippens staat al dicht bij de sloot/perceelgrens met de huidige school en met het land van de familie Wiering. Als Slippens er schuren bij zou willen bouwen, dan kan hij dat alleen maar doen in zuidwestelijke richting (dus naast zijn huidige schuur) en/of in noordwestelijke richting (dus achter zijn huidige schuur). Wij houden hem hier zeker niet bij tegen. Een feit blijft dat Slippens voor zijn huidige (en ook voor zijn toekomstige) schuur zal moeten blijven voldoen aan de bepalingen in het Besluit landbouw milieubeheer. Het bouwen van een nieuwe schuur verder weg van de school/MFA biedt geen vrijbrief aan Slippens om in zijn nu al bestaande schuur in de toekomst activiteiten te gaan ontplooien die voor wat betreft geluidsproductie niet voldoen aan de AMvB waar zijn bedrijf nu onder valt. De eventuele bouw van een nieuwe schuur verder verwijderd van de school betekent dus niet dat Slippens in de toekomst een vrijbrief krijgt om in zijn huidige schuur geluidsoverlast voor de school te gaan veroorzaken. Hoe men het ook bekijkt: een eventuele uitbreiding van de schuur van Slippens kan dus nooit gevolgen hebben voor de school/MFA.
Bijlage behorende bij het Besluit landbouw milieubeheer,
Bijlage bij Besluit landbouw milieubeheer 1.1.1:
Voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau, vanwege de vast opgestelde installaties en toestellen:
a. bedragen de niveaus op de plaatsen en tijdstippen, genoemd in tabel I, niet meer dan de in die tabel aangegeven waarden;
Tabel I
|
|
06.00–19.00 uur |
19.00–22.00 uur |
22.00–06.00 uur |
|
langtijdgemiddeld beoordelingsniveau op de gevel van een geluidgevoelige bestemming |
45 dB(A) |
40 dB(A) |
35 dB(A) |
|
|
|
|
|
|
langtijdgemiddeld beoordelingsniveau binnen in- of aanpandige geluidgevoelige bestemming |
35 dB(A) |
30 dB(A) |
25 dB(A) |
b. gelden de aangegeven waarden niet binnen een in- of aanpandige geluidgevoelige bestemming indien de gebruiker van die geluidgevoelige bestemming geen toestemming geeft voor het in redelijkheid uitvoeren of doen uitvoeren van geluidmetingen.
Bij het bepalen van de langtijdgemiddeld beoordelingsniveaus blijft het geluid veroorzaakt door het stomen van grond met een installatie van derden, buiten beschouwing.
Bijlage bij Besluit landbouw milieubeheer 1.1.2:
De waarden van het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau op de gevel van een geluidgevoelige bestemming zijn niet van toepassing op inrichtingen die zijn gelegen in een gebied waarvoor bij of krachtens een gemeentelijke verordening regels zijn gesteld.
In een dergelijk gebied bedraagt het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau niet meer dan de waarden die zijn opgenomen in die gemeentelijke verordening. De waarden bedragen ten hoogste 5 dB(A) meer of minder dan de in tabel I opgenomen waarden.
Bij vaststelling van de waarden wordt ten minste rekening gehouden met het in het gebied heersende referentieniveau.
Bijlage bij Besluit landbouw milieubeheer 1.1.3:
Voor het piekniveau vanwege de vast opgestelde installaties en toestellen, alsmede door de verrichte werkzaamheden en activiteiten:
a. bedragen de niveaus op de plaatsen en tijdstippen, genoemd in tabel II, niet meer dan de in die tabel aangegeven waarden;
Tabel II
|
|
06.00–19.00 uur |
19.00–22.00 uur |
22.00–06.00 uur |
|
Piekniveau op de gevel van een geluidgevoelige bestemming |
70 dB(A) |
65 dB(A) |
60 dB(A) |
|
Piekniveau binnen in- of aanpandige geluidgevoelige bestemming |
55 dB(A) |
50 dB(A) |
45 dB(A) |
b. zijn de in de periode tussen 06.00 uur en 19.00 uur opgenomen piekniveaus niet van toepassing op het laden en lossen, alsmede op het in en uit de inrichting rijden van landbouwtractoren of motorrijtuigen met beperkte snelheid;
c. zijn de in de periode tussen 19.00 uur en 06.00 uur opgenomen piekniveaus niet van toepassing op het laden en lossen ten behoeve van de afvoer van tuinbouwprodukten door middel van groepsvervoer, voorzover dat ten hoogste een keer in de genoemde periode plaatsvindt;
d. gelden de aangegeven waarden binnen een in- of aanpandige geluidgevoelige bestemming niet indien de gebruiker van die geluidgevoelige bestemming geen toestemming geeft voor het in redelijkheid uitvoeren of doen uitvoeren van geluidmetingen.
Bijlage bij Besluit landbouw milieubeheer 1.1.4:
Geluidhinder door grondstomen met een installatie van derden, wordt zoveel mogelijk voorkomen of beperkt. Degene die de inrichting drijft, treft met het oog daarop maatregelen of voorzieningen die betrekking hebben op:
a. de periode waarin het grondstomen plaatsvindt;
b. de locatie waar de installatie wordt opgesteld, en
c. het aanbrengen van geluidreducerende voorzieningen binnen de inrichting.
Bijlage bij Besluit landbouw milieubeheer 1.1.5:
Trillingen, veroorzaakt door de tot de inrichting behorende installaties of toestellen, alsmede de aan de inrichting toe te rekenen werkzaamheden of andere activiteiten, bedragen in woningen of andere geluidgevoelige bestemmingen niet meer dan de trillingsterkte zoals te bepalen volgens tabel 2 van de Meet- en beoordelingsrichtlijn deel B, «Hinder voor personen in gebouwen», uitgave 2002 van de Stichting Bouwresearch Rotterdam, voor de gebouwfunctie wonen. De waarden gelden niet voorzover de gebruiker van een woning of geluidgevoelige bestemming geen toestemming geeft voor het in redelijkheid uitvoeren of doen uitvoeren van trillingsmetingen.
Bijlage bij Besluit landbouw milieubeheer 1.1.6:
Bij het bepalen van de geluidniveaus, bedoeld in voorschrift 1.1.1, blijft buiten beschouwing het stemgeluid van:
a. bezoekers op een onverwarmd en onoverdekt terrein, dat onderdeel is van de inrichting, tenzij dit terrein kan worden aangemerkt als een binnenterrein;
b. bezoekers op het open terrein van een sportinrichting of recreatie-inrichting.
Bijlage bij Besluit landbouw milieubeheer 1.1.7:
Bij het bepalen van de geluidniveaus, bedoeld in voorschrift 1.1.1, wordt voor muziekgeluid geen bedrijfsduurcorrectie toegepast.
Bijlage bij Besluit landbouw milieubeheer 1.1.8:
Bij het bepalen van de piekniveaus (LAmax), bedoeld in voorschrift 1.1.1, blijft buiten beschouwing het geluid als gevolg van:
a. het komen en gaan van bezoekers;
b. het verrichten in de open lucht van sportactiviteiten of activiteiten die hiermee in nauw verband staan.
Concluderend over de afstanden tot school/MFA op basis van geluidscirkels rond de bedrijven van Slippens en Schilder: deze afstanden zijn niet echt relevant omdat andere cirkels verder of veel verder rijken.
Afstand van de school/MFA tot de fruitbomen van Slippens
Op 23 februari 2005 heeft de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABvRS) een uitspraak gedaan inzake de te hanteren afstand tot fruitbomen bij de geplande bouw van een herberg in Zwaagdijk-west:
uitspraak fruitteeltbedrijf wognum.htm
In deze stukken staat over de 50 meter: "Appellant meent dat tussen zijn bedrijf en de herberg met dienstwoning in verband met het gebruik van bestrijdingsmiddelen een afstand van minimaal 50 meter dient te worden aangehouden teneinde een aanvaardbaar woon- en leefklimaat te kunnen bewerkstelligen.", met een verwijzing naar een TNO-rapport van 12 april 1994.
In de uitspraak van de Raad van State wordt deze 50 meter niet meer genoemd; de appellant wordt met zijn bezwaar in het gelijk gesteld zonder dat er in de specifieke situatie een uitspraak gedaan wordt over de 50 meter. Verder is de uitspraak van de Raad van State mede gebaseerd op het gebruik van een nu reeds verboden gewasbeschermingsmiddel.
Ook is tussen de fruittuin van de betrokken fruitkweker en het perceel waar een herberg op gebouwd zou worden géén sloot aanwezig. De bebouwing en het terras zouden in de plannen van de herbergier op slechts 6,5 à 8 meter afstand van de erfgrens met de fruittuin gebouwd worden! Dat is waar de betrokken fruitkweker bezwaar tegen aangetekend heeft.
De omstandigheden bij Slippens en de school zijn heel anders, maar zelfs als de omstandigheden bij Slippens en de school identiek zouden zijn, dan nog mag naar onze mening de 50 meter genoemd in de stukken van de betrokken fruitkweker niet gehanteerd worden als minimale afstand omdat deze 50 meter niet genoemd wordt in de uitspraak.
Een essentieel en wezenlijk verschil tussen de situatie in Zwaagdijk-west aan de ene kant en de situatie bij Slippens aan de andere kant is de aanwezigheid van een sloot langs de fruittuin van Slippens! Wil een fruitkweker mogen spuiten, dan behoren de stammen van de fruitbomen met ingang van 2007 normaal gesproken te staan op een afstand van 9 meter van het begin van het tallud van de sloot. Tot en met het jaar 2006 was deze afstand nog 5 meter! Door middel van het aanplanten van hagen, het gebruik van speciale driftarme spuitdoppen, het gebruik van tunnelspuiten of dwarsstroomspuiten met reflectieschermen en emissieschermen kan de huidige afstand van 9 meter worden verkleind. In december 2006 heeft de Unie van Waterschappen samen met de verantwoordelijke ministeries een folder uitgebracht speciaal bedoeld voor fruitkwekers met daarin de veel strengere regels van het "Lozingenbesluit open teelt en veehouderij": 20061201wijzigingen lozingenbesluit open teelt en veehouderij.pdf.
Zelfs als we er vanuit zouden gaan dat de Raad van State in het geval van de herberg in Zwaagdijk-west tot een afstand van 50 meter besloten zou hebben (hetgeen dus niet het geval is; men heeft slechts de fruitkweker met zijn bezwaar in het gelijk gesteld), dan nog behoort de afstand waar rekening mee gehouden dient te worden bij de fruittuin van Slippens veel kleiner te zijn dan 50 meter omdat er een sloot aanwezig is.
Zie over de afstand tot fruitbomen ook een TV-programma van 19 februari 2006 die wij aan iedereen van harte aanbevelen om eens te bekijken!!! Opvallend in dat men in de documentaire uit gaat van een minimale afstand van 30 meter van de fruitbomen tot de gevel van het huis ook als er geen sloot en geen haag aanwezig is, en medegedeeld wordt dat een buurgemeente uit gaat van 25 meter afstand.
Hier nog enkele plaatjes van recent gebouwde huizen in Westwoud in de gemeente Drechterland, en de afstand die aangehouden wordt van de stam van de fruitbomen tot de gevel van de huizen.
Afstand huizen tot fruitbomen Fischer in Drechterland_1.jpg
Afstand huizen tot fruitbomen Fischer in Drechterland_2.jpg
Bij huizen wordt 30 meter aangehouden, en bij garages lijkt deze afstand
kleiner. Zo gevraagd aan de gemeente Drechterland heeft de gemeente
Drechterland bevestigd dat de richtafstand van 30 meter ook bij nieuwe
bouwprojecten gehandhaafd blijft.
Het lijkt ons verstandig als ook de
gemeente Wervershoof aan gaat sluiten bij de praktijk in de ons omringende
gemeentes en afstanden van fruitbomen tot de gevel van gevoelige bouwwerken
gaat stellen op ongeveer 25 tot 30 meter.
Verder willen we opmerken dat ook als
(totaal onnodig) uitgegaan zou worden van 50 meter afstand van de fruitbomen
van Slippens tot de school/MFA, er nog steeds geen enkel probleem optreedt
voor uitbreiding van het bouwblok van de school.
Concluderend over de te hanteren
afstand van de school/MFA tot de fruitbomen van Slippens:
In
tegenstelling tot wat sommigen beweren heeft de Raad van State bij de bouw
van een herberg in Zwaagdijk-west niet besloten tot een afstand van 50
meter. De situatie in Zwaagdijk-west is verder principieel anders dan de
situatie bij de fruittuin van Slippens. In andere gemeentes worden
tegenwoordig afstanden gehanteerd van de fruitbomen tot de gevel van
gevoelige objecten van 25 tot 30 meter. Er is naar onze mening geen enkele
aanleiding om in de gemeente Wervershoof een grotere afstand te hanteren dan
de afstand die momenteel gehanteerd wordt in de ons omringende gemeentes.
Afstanden tot de school/MFA op basis van het groene boekje van de VNG
Hoewel het groene boekje in bovenstaande analyse van met name de geluidscirkels al uitgebreid besproken is, hebben wij dit hoofdstuk aan onze analyse toegevoegd op basis van wat wij gelezen hebben in de besluitenlijst behorende bij de vergadering van het college van burgemeester & wethouders van Wervershoof op 27 november 2007:
"De herziene uitgave “Bedrijven en milieuzonering” uitgegeven door de VNG van 16 april 2007 is opgesteld, omdat gebleken was dat de uitgave op diverse punten niet meer aansloot bij de beleidspraktijk. Deze uitgave biedt gemeenten meer mogelijkheden voor maatwerk en flexibiliteit bij het inpassen van bedrijvigheid in de fysieke omgeving en bij het inpassen van woningen en andere geluidgevoelige functies nabij bedrijven. De systematiek is ingrijpend aangepast om een aantal knelpunten uit de praktijk het hoofd te bieden en teneinde te voorzien in de behoefte aan een systematiek voor functiemenging.
Geadviseerd wordt om de herziene uitgave toe te passen bij ruimtelijke ontwikkelingsplannen en dit kenbaar te maken bij de afdeling die zich bezig houdt met ruimtelijke ontwikkelingsplannen."
"Het college besluit conform het advies."
Het besluit van het college vonden wij bijzonder om drie redenen:
1. De gemeente Wervershoof maakt al veel langer gebruik van de afstanden die genoemd worden in het groene boekje van de gemeente, net als de Milieudienst Westfriesland die de gemeente adviseert over milieuzonering en alle andere deskundigen die de gemeente inhuurt. In die gevallen waarbij de wet en regelgeving geen uitsluitsel geven over milieuzonering vormt het groene boekje altijd al een welkome aanvulling voor iedere milieuambtenaar, medewerker ruimtelijke ordening, architect, projectontwikkelaar, aannemer, jurist en rechter. Er lijkt dan ook weinig nieuws onder de zon.
2. De publicatie bevat richtafstanden (in de versie 2001 van het groene boekje "indicatieve afstanden" genoemd) tussen bedrijvigheid en de gevels van milieugevoelige objecten. Het betreft dus géén wetgeving, en individuele gemeentes hebben de vrijheid om zelf richtlijnen op te stellen en om af te wijken van de richtafstanden van de VNG. Bovendien geeft het groene boekje bij herhaling aan dat afhankelijk van individuele situaties andere afstanden gehanteerd kunnen worden. Wij hopen dat door het besluit van het college de gemeente niet beperkt wordt in zijn eigen beslissingsbevoegdheid.
3. De datum van 27 november 2007: als er al een besluit genomen zou moeten worden om na de versie van het groene boekje uit 2001 ook de herziene uitgave toe te passen/ gebruiken, waarom wordt dit besluit dan pas op 27 november 2007 genomen?
Wij gaan er zondermeer vanuit dat in die gevallen waarin de landelijke wet- en regelgeving duidelijkheid verschaft over de milieuzonering, de gemeente niet af zal gaan op de "richtafstanden" in het groene boekje. In het geval van de milieuzonering rond het veehouderijbedrijf van Schilder verschaft de landelijke wet- en regelgeving tot op de meter nauwkeurig duidelijkheid over de te hanteren milieuzonering (zie onze analyse op onze website onder de kopjes "Afstand van de school/MFA tot de Veeschuur van Schilder" en "Afstand van de school/MFA tot de mestopslag van Schilder"). Wij gaan er zondermeer van uit dat de gemeente de met ingang van 2007 in werking getreden landelijke wet- en regelgeving (de "Wet geurhinder en veehouderij", de "Regeling geurhinder en veehouderij" en het "Besluit landbouw milieubeheer") laat prevaleren boven de richtafstanden genoemd in het groene boekje van de VNG.
Voor de volledigheid vermelden wij hier wat het groene boekje zegt over de veehouderij:
In bijlage 1 van "Bedrijven en Milieuzonering", op bladzijde 78, staan bij "Fokken en houden van rundvee" de volgende richtafstanden vermeld:
Richtafstand "grens bestemming" tot de gevel van een milieugevoelige object op basis van geur: 100 meter
Richtafstand "grens bestemming" tot de gevel van een milieugevoelige object op basis van stof: 30 meter
Richtafstand "grens bestemming" tot de gevel van een milieugevoelige object op basis van geluid: 30 meter "C"
Richtafstand "grens bestemming" tot de gevel van een milieugevoelige object op basis van gevaar: 0 meter
Als toelichting op de "C" staat in het boekje: "In de kolom voor geluid is - waar van toepassing - de letter C van continu opgenomen. Hiermee is aangegeven dat bij de betreffende milieubelastende activiteiten de voor geluid bepalende activiteiten meestal continu (dag en nacht) in bedrijf zijn."
Genoemde richtafstanden (in de vorige uitgave indicatieve afstanden genoemd) zijn niet gewijzigd sinds de vorige uitgave. Voor een scan van de vorige uitgave: zie milieuzonering.html.
Het groene boekje van de VNG maakt, net als in het eerdere groene boekje en net als in de vroegere milieuwetgeving voor rundveehouderijbedrijven, géén onderscheid tussen de grote en de minder grote rundveehouderijen. Het groene boekje geeft voor alle rundveehouderijen, ongeacht de grootte, een richtafstand aan van 100 meter. Op bladzijde 70 van het groene boekje staat: "De richtafstand geldt tussen enerzijds de grens van de bestemming die bedrijven (of andere milieubelastende functies) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een woning die volgens het bestemmingsplan of via vergunningvrij bouwen mogelijk is."
De wetgever maakt met ingang van het jaar 2007 echter wèl een duidelijk en belangrijk onderscheid tussen veehouderijbedrijven:
1. Veehouderijbedrijven die vallen onder het
"Besluit landbouw milieubeheer", zoals het veehouderijbedrijf van de gebroeders Schilder2. Veehouderijbedrijven die veel groter zijn en die tot op de dag van vandaag nog steeds een milieuvergunning nodig hebben waaraan nog steeds de oude standaard-milieucirkels van 100 meter verbonden zijn.
En daarmee is ook duidelijk waarom wij voor 27 november 2007 in onze analyse van de geurcirkel geen aandacht gegeven hebben aan het getal "100" achter "fokken en houden van rundvee" in tabel 1 in het groene boekje: de richtafstand van 100 meter is in de situatie van het veehouderijbedrijf van Schilder irrelevant aangezien het "Besluit landbouw milieubeheer" op deze veehouderij van toepassing is, en de wetgever schrijft voor deze veehouderijen al veel specifiekere regels voor.
Conclusie: het groene boekje van de VNG is irrelevant voor de analyse van de grootte van de geurcirkel rondom het bedrijf van Schilder.