
Besluit glastuinbouw
volstaat om de risico’s van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen voor
omwonenden te beperken.
De Stuurgroep Glastuinbouw en Milieu
(GlaMi) vindt dat de vergunning op grond van de Wet milieubeheer (Wm) en het
Besluit glastuinbouw de volksgezondheidsrisico’s voor omwonenden van
glastuinbouwbedrijven voldoende beperken. Het gaat daarbij met name om het
risico als gevolg van de toepassing van gewasbeschermingsmiddelen. De Stuurgroep
baseert zich hierbij op nieuwe onderzoeksgegevens. Het is niet nodig om, met
ditzelfde doel, ook in provinciale ruimtelijke ordeningsplannen afstandseisen
vast te leggen, stelt de Stuurgroep. Zij adviseert Staatsecretaris Van Geel van
VROM om de afstandscriteria in het Besluit glastuinbouw in stand te houden.
Achtergrond
Op dit moment is er sprake van dubbele regelgeving voor het inperken van de volksgezondheidsrisico’s als gevolg van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen voor omwonenden van glastuinbouwbedrijven. Namelijk via milieuregelgeving (Wm-vergunningplicht, het Besluit glastuinbouw en de Bestrijdingsmiddelenwet) en via regelgeving op grond van de Wet ruimtelijke ordening door de Nota Planbeoordeling van diverse provincies. Deze dubbele regelgeving levert in de praktijk onduidelijke situaties die met name in het Westland, maar ook in andere delen van het land wenselijke herstructurering van glastuinbouwgebieden in de weg staat. Staatssecretaris Van Geel heeft het doelgroepoverleg GlaMi daarom verzocht hem te adviseren hoe deze situatie te verbeteren, zonder het milieu en de volksgezondheid in gevaar te brengen.
Het Besluit
glastuinbouw en de Nota Planbeoordeling
In het Besluit
glastuinbouw zijn afstandscriteria opgenomen om te bepalen of een glastuinbouwbedrijf
Wm-vergunningplichtig is of niet. In de
dagelijkse praktijk wordt bijvoorbeeld vaak gesproken over de “afstandsnorm”
van 25 meter tussen een nieuwe kas en een woning van derden, één van de
criteria uit het Besluit.
Het Besluit glastuinbouw bevat voorschriften om de hinder voor omwonenden te beperken. Volksgezondheid wordt gewaarborgd met algemene voorschriften zoals “ramen twee uur gesloten houden na een ruimtebehandeling”. Staan glastuinbouwbedrijven dichter bij omliggende woningen dan het Besluit glastuinbouw toestaat, dan moet de gemeente, afhankelijk van de omstandigheden, middels een Wm-vergunning aanvullende voorschriften opstellen.
Voor wat betreft hinder
specifiek door het toepassen van gewasbeschermingsmiddelen, wees onderzoek van
Alterra in 2001 onder meer uit dat de afstandscriteria uit het Besluit
glastuinbouw voldoende bescherming biedt voor de omwonenden.
In de huidige Nota planbeoordeling van bijvoorbeeld de provincie Zuid-Holland is een afstand opgenomen die ten minste moet worden aangehouden tussen een woning en een glastuinbouwbedrijf om de omwonenden van een glastuinbouwbedrijf “een goed leefklimaat” te garanderen. Deze afstandsnorm is gebaseerd op de provinciale visie op de gewenste ruimtelijke inrichting. Ook daar worden volksgezondheidsaspecten meegenomen. Onzekerheden over de feitelijke blootstelling van gewasbeschermingsmiddelen maakt het voor provincies lastig te bepalen wanneer er sprake is van “een goed leefklimaat”.
In opdracht van het Ministerie van VROM heeft TNO in 2004 aanvullend onderzoek uitgevoerd naar de blootstelling van omwonenden van kassen aan gewasbeschermingsmiddelen via de lucht. Een breed samengestelde werkgroep heeft het onderzoek begeleid. Het TNO-rapport is nu gereed.
Doel van het onderzoek was het toetsen van modelberekeningen
aan de hand van meetgegevens in de directe omgeving van kassen. Uit het rapport
blijkt dat die berekeningen goed
overeenstemmen met de resultaten van de metingen. Dit betekent dat een eerder
uitgevoerde beoordeling van het risico van omwonenden (het eerder genoemde
Alterra-onderzoek uit 2001) –die gebaseerd was op genoemde berekeningen - niet
bijgesteld hoeft te worden. In samenhang daarmee geeft het TNO-onderzoek geen
aanleiding de afstandscriteria uit het Besluit glastuinbouw te herzien.
De Stuurgroep adviseert de Staatssecretaris om de vergunningplicht, conform het Besluit glastuinbouw, voor zowel de hinder- als volksgezondheidsaspecten in stand te houden. Voor de onderzochte gewasbeschermingsmiddelen is er nu geen noodzaak nadere eisen te stellen voor zowel bedrijven die onder het Besluit glastuinbouw vallen, als bedrijven die vanwege de afstandscriteria Wm-vergunningplichtig zijn. Echter er is geen zekerheid over het totale toegelaten middelenpakket, aangezien niet al deze toegestane middelen onderzocht zijn. De Stuurgroep acht het wenselijk ook voor de overige middelen de risico’s in beeld te brengen.
De Stuurgroep vindt dat de volksgezondheidsrisico’s van de toepassing van gewasbeschermingsmiddelen voldoende zijn te beperken via het Besluit glastuinbouw en eventueel de Bestrijdingsmiddelenwetgeving. De Stuurgroep acht het daarom niet (langer) noodzakelijk om op provinciaal niveau in het kader van de ruimtelijke ordening voor het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen afstandseisen te hanteren.
Gezien haar eigen verantwoordelijkheid kan de gemeente in bestaande gebieden en herstructureringslocaties in het bestemmingsplan haar eigen afwegingen maken rondom de gewenste afstanden tussen kassen, woningen en overige gevoelige bestemmingen. Deze aanpak past naar mening van de Stuurgroep binnen het kabinetsbeleid.
De Stuurgroep zal dit advies aan de Staatssecretaris van
VROM uitbrengen en dit advies ook aan de provincies en glastuinbouwgemeenten
zenden.
- - - - - - - - - - - - - - - - -
- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -
Noot aan de
redactie, niet bestemd voor publicatie. Meer informatie kunt u verkrijgen bij:- communicatie adviseur, Joyce
de Wit, telefoon 030-2147015